Columns

Sproeten en andere schoonheden

Sproeten

Als sproeten gevoelige vrouw ben je in de winter heel wat beter af dan in de zomer. ’s Winters is er namelijk geen vuiltje aan de lucht. Het smeren om de gezichtshuid te beschermen tegen de temperatuurschommelingen tussen ons centraal verwarmde huis en de koudere buitenlucht vereist luttele momenten. Voor de rest kun je alles lekker laten groeien en bloeien onder de lagen kledij. Daarbij is er geen sproet die zich laat zien beneden de 20 graden.

Als je echter, zoals ik, in een land woont waar het jaarlijks 9 maanden lente en 3 maanden zomer is, is een terrasbezoek een bijna dagelijkse bezigheid en speelt het leven zich meer buiten dan binnen af. Uiteraard ontbloten we meteen elk acceptabel lichaamsdeel om ‘wat kleur op te doen’ zodra het maar even mogelijk is. Nou zijn er mensen die vanaf de eerste stralen een mooie egale teint opbouwen. Maar er bestaat ook een hele stam ‘sproetigen’. Sproeten behoren tot één van de zeven schoonheden. Zegt men. Ik heb nooit begrepen waarom en vooral door welke randdebiel dat in de 16de eeuw bepaald is. Zo zie ik ook de charme van ‘kuilen in kin’, ‘gaten in wangen’, ‘donker haar en blauwe ogen’, ‘moedervlek op bovenlip’ niet helemaal in.

Een persoon met aanleg voor sproeten is er in ieder geval niet blij mee. Oké, IK ben er niet blij mee. Want naast het feit dat ze spontaan op mijn gezicht ontspruiten blijft het niet bij mijn gelaat. Ook mijn lichaam bruint zich niet egaal maar is na één zonnebad een landkaart van roestkleurige eilandjes. De sproeten verspreiden zich, gelijk aan onkruid, met de snelheid van het zonlicht over mijn lichaam. Camoufleren is vechten tegen de bierkaai.

Normaal gesproken heb ik wel een oplossing voor de meeste damesperikelen. In dit specifieke geval schiet ik echter zodra de zon zich wat meer laat zien ‘in de vlekken’. Nu kan ik er natuurlijk voor kiezen om nooit meer in de zon te gaan. Maar ik woon in het verkeerde land om als een Geisha mijn leven onder een parasol door te brengen. Ik kan ook juist veelvuldig in de zon gaan. In dat geval moet ik hopen dat de eilandjes zich samenvoegen tot één geheel. Wat eigenlijk nooit gebeurt. Bleekmiddelen of citroensap zijn geen oplossing omdat daar weer een hele andere problematiek door ontstaat.

Ik heb dus onlangs besloten om toch maar voor optie twee te gaan. Vooralsnog liggen de eilandjes er nog eenzaam bij. Het is dus hopen op extra veel zon deze winter zodat ze zich gaan samenvoegen tot één grote bruine vlek. En zo niet, kan ik altijd nog gaan solliciteren bij de dierentuin als panter. Een witte panter, dat dan weer wel.

Cristina xxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *